WET

WET


Juridische basis

Hier vindt u informatie over de wet van 19 december 1864 en de voordelen van het oprichten van een studiebeursstichting.

De wet van 19 december 1864 en de gevolgen ervan

De wet van 19 december 1864 heeft aan negen commissies de exclusieve taak opgedragen om de studiebeursstichtingen, d.w.z. de giften en legaten gedaan ten bate van beursstudenten, teneinde hen toe te laten hun studies te betalen, aan te nemen, te beheren en tot verwezenlijking van hun doel aan te wenden. Deze commissies beschikken dus wettelijk over een monopolie voor de uitvoering van die opdracht. Het zijn openbare instellingen die onder toezicht staan van verscheidene overheden en ze bieden derhalve alle waarborgen van objectiviteit en eerlijkheid.
De bevoegdheid van de commissies wordt bepaald door hun aanwijzing in de stichtingsakte of, bij gebreke van aanwijzing, door de woonplaats van de schenker en erflater. De Commissie van Brabant is derhalve, bij gebreke van aanwijzing, bevoegd voor het beheer van stichtingen die opgericht werden door schenkers of erflaters die gedomicilieerd waren in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in de provincies Vlaams Brabant en Waals Brabant.
Een studiebeursstichting heeft een eigen vermogen bestaande uit roerende en onroerende goederen die ten eeuwigen dage bestemd zijn voor de bevordering van het onderwijs, onder meer door het toekennen van studiebeurzen.
HOE EEN STUDIEBEURSSTICHTING OPRICHTEN ?

Een Fonds wordt opgericht bij schenking of bij testament. Met de inkomsten uit de geschonken en gelegateerde vermogens worden studiebeurzen of prijzen uitgereikt, volgens de wensen van de schenker of erflater, zoals deze uitgedrukt werden in de schenkingsakte of het testament.
De schenkers en erflaters bepalen welke personen voor een studiebeurs in aanmerking komen, voor welke studierichtingen de beurzen bestemd zijn en eventueel het aantal beurzen en hun bedrag. Ze mogen ook een of meer verwanten- begevers aanwijzen die zorgen voor de toekenning van de studiebeurzen of eraan deelnemen.

DE VOORDELEN VAN HET OPRICHTEN VAN EEN STUDIEBEURSSTICHTING
Het oprichten van een studiebeursfonds biedt veel voordelen, onder meer:

– door het oprichten van een dergelijk Fonds biedt de stichter de zekerheid dat het doel waarvoor hij zijn goederen heeft willen bestemmen zal verwezenlijkt en nauwgezet nageleefd worden;

– de eeuwigdurende bestemming van een vermogen, waarvan enkel de inkomsten mogen besteed worden, waarborgt de overleving en de leefbaarheid van het fonds;

– de stichter geniet van een grote vrijheid bij het bepalen van de bestemming van de inkomsten; zo kan hij onder meer de leden van een bepaalde familie bevoordelen en verwanten- begevers aanwijzen;

– een Fonds biedt stricte waarborgen van deugdelijk beheer door een openbare instelling onderworpen aan bestuurlijke voogdij;

– het feit dat het beheer van talrijke studiebeurzen aan eenzelfde orgaan worden toevertrouwd beperkt de beheerskosten die onverantwoord hoog zouden zijn voor een enkele stichting;

– Dat de erf- of schenkbelasting zijn zeer beperkt. Ze verschillen volgens het Gewest waar de schenker of erflater gedomicilieerd is.